GezondSeksueelGedragRJ

duurzaam verbeteren van professioneel handelen

Casus Alice (17)

Alice werd uit huis geplaatst toen ze vijftien was. Ik had een vriendje die wilde dat ik altijd bij hem was. Hij wilde dat ik mijn vrienden en mijn ouders voor hem opgaf. En ik was zo verliefd dat ik dat deed. Ik was nooit meer thuis en als ik thuis was, was ik met mijn gedachten ergens anders. Daardoor kreeg ik hooglopende ruzie met mijn ouders. Maar mijn problemen begonnen pas echt toen ik een jeugdzorginstelling terechtkwam, vertelt ze. Daar beleefde ik mijn moeilijkste momenten. Ik miste mijn ouders, ik voelde me alleen, ik was depressief. Mijn vriend was eerst heel lief voor mij, hij gaf mij de aandacht die ik zo vreselijk miste. En toen, plotseling, toen ik met verlof bij hem was, zei hij: ‘Ik heb zoveel voor jou gedaan, nu ga je iets voor mij doen. Ik heb schulden en jij kunt me helpen. Als jij een paar keer voor geld met een vriend van mij naar bed gaat, dan ben ik er zo weer bovenop. Het gaat om onze toekomst.’ Ik wilde het niet, maar ik deed het toch. Omdat ik zo gek op hem was, omdat hij de enige was die ik nog had, omdat hij mij het gevoel gaf dat er toch nog iemand van me hield. Toen ik eenmaal overstag was gegaan, zei mijn vriend dat ik ermee door moest gaan. Elke keer als ik verlof had, regelde hij een klant voor me. Ik vertelde de groepsleiding dat ik op huiswerkbegeleiding was, maar in plaats daarvan ging ik naar mijn vriend. En die had dan weer klant voor me. Als ik tegenstribbelde, sloeg hij me. Hij had seks met me, ook als ik het niet wilde. Hij bedreigde me: ‘Als je niet doet wat ik wil, vertel ik het je ouders en iedereen op school, dan maak ik je helemaal kapot.’ Ik was in de greep van een loverboy, maar de groepsleiding wist van niets. Op een avond, toen ik met verlof thuis was en ik een paar glaasjes op had, vertelde ik aan mijn ouders dat ik door mijn vriend tot seks was gedwongen. Dat hebben mijn ouders aan de instelling verteld. Ik kreeg toen een gesprek, waarin ze zeiden dat ik aangifte moest doen. Maar ik zei dat het allemaal wel meeviel. Ik was niet eerlijk en ook uit angst voor mijn vriend. De groepsleiding zei dat ik voortaan een deo-spray moest meenemen als ik naar buiten ging, zodat ik hem in zijn gezicht kon spuiten als ik hem tegenkwam en hij mij iets wilde aandoen. Ze wisten niet dat ik nog steeds vrijwillig naar hem toe ging. Dat ik in zijn macht was en dat ik nog steeds met klanten meeging. Dat ik drugs gebruikte om het aan te kunnen. En als ik dan met een stoned hoofd terugkwam op de groep hoopte ik dat ze zeiden: nu willen we weten wat er echt aan de hand is. Ze vroegen wel hoe het ging, maar ze vroegen nooit door.
Bron: Vrij Nederland (2014)