GezondSeksueelGedragRJ

duurzaam verbeteren van professioneel handelen

Casus Asma (17)

De jongens die bij mij in de groep zaten waren, geen nette jongens. Ze dronken, ze gebruikten drugs, ze hadden gedragsproblemen. Ze konden elk moment ontploffen, vertelt Asma. Ze werd uit huis geplaats omdat ze een ernstig conflict had met haar Pakistaanse vader die vond dat zij een te westers leven leidde. De meeste meisjes in mijn groep waren onzeker en hadden weinig zelfrespect. De meeste jongens deden juist erg stoer. Sommige van die jongens kwamen uit gesloten inrichtingen, een van hen had zelfs iemand neergestoken. De regel was dat je elkaar niet mocht aanraken, maar daar hield niemand zich aan. Ik heb gezien hoe jongens aan de borsten van meisjes zaten. En die meisjes lachten alleen maar. Jongens en meisjes gingen boven op elkaar zitten. Er was daar ook een kledingcode, dat je geen inkijk mocht hebben en dat je een lange broek aan moest. Maar veel meisjes gingen sexy gekleed en niemand zei er wat van. Sommige meisjes waren heel makkelijk mee te lokken, ze deden alles wat de jongens wilden. Er was veel mogelijk omdat er niet al tijd toezicht was. Als de groepsleiding bezig was met de overdracht, dan zaten ze een uur lang in het kantoor en kon je doen wat je wilde. Ook beneden in de keuken en buiten kon je je gang gaan, want daar was geen toezicht. ’s Nachts was er maar een groepsleider die toezicht hield, je kon dan makkelijk bij elkaar op de kamer komen. Er was daar een meisje van zestien dat zwanger was geraakt van een jongen in de groep. Dat was buiten gebeurd, op een bankje dat achter een muur stond, zodat niemand het kon zien. Eigenlijk was je in dat tehuis als meisje niet veilig. Ik vond het eng dat ik mijn kamerdeur niet op slot mocht doen. Er was een jongen die tegen me zei: ‘Ik kom bij je slapen.’ Ik durfde dat niet aan de leiding te vertellen. Gelukkig ben ik nooit lastig gevallen omdat mijn vriend jongens kende in die instelling. Hij had tegen hen gezegd: pas op haar, dat er niets met haar gebeurt. Daarom lieten ze mij met rust. Maar Asma liep op een andere manier gevaar. Medewerkers van de jeugdzorg hadden haar ouders verteld dat ze een vriend had, waardoor het conflict escaleerde. Ze zeiden: we moeten eerlijk zijn tegen je ouders. Maar ze begrepen niet dat een vader uit onze cultuur niet accepteert dat zijn dochter een vriend heeft. In mijn land zijn meisjes daarom door hun familie vermoord. Toen ze mijn vader hadden verteld over mijn vriend, begon hij me te bedreigen. De politie moest erbij komen. Dat ik in een tehuis zat waar ook jongens zaten, was voor hem een enorm probleem. Als hij had geweten dat in de kamers naast mij jongens sliepen en dat ik de deur niet op slot mocht doen, was hij uit zijn dak gegaan. Ik heb echt geluk gehad dat het in de Pakistaanse gemeenschap nooit bekend is geworden dat ik in een huis met jongens zat. Dan had ik echt een heel groot probleem gehad, want dat mag niet in onze cultuur.
Bron: Vrij Nederland (2014)